Ik heb hem vele malen bezig gezien die enthousiaste Joost Zwagerman pratend over kunst op televisie. Helaas eindigde zijn leven met een zelfdoding op 8 september 2015. Maria Zwaag vertelt zijn verhaal, in een biografie van 784 bladzijden. Het is te zeggen 650 pagina’s broodtekst zoals ze het zelf stelt.
Maria trok het archief in van de schrijver dat bewaard ligt in het Literatuurmuseum in Den Haag. Joost Zwagerman gaf het zelf bij leven nog aan het museum. Zo maar even 42 archiefdozen had Zwagerman klaargezet in het Literatuurmuseum.
Het was een hels karwei om daar een biografie van te maken. Maar ze deed het. Bovendien leven er nog veel nabestaanden en vrienden van Joost en die zijn niet altijd onpartijdig.
Vele boeken, vele lezingen, vele optredens en veel vrouwen. Bij Zwagerman was alles veel. Het bleek een constante zoektocht voor hem tussen stil in anonimiteit schrijven of in de drukte en het helse tempo van de spotlights vertoeven. De vrouwen die aan bod komen in het boek zijn met velen. Van affaire naar affaire. Met Arielle Veerman krijgt Joost drie kinderen. Met deze jeugdvriendin doet hij het lang goed tot hij minder succes krijgt en zijn huwelijk eindigt in mineur. Arielle Veerman schreef er een boek over ( De Langste Adem ) en schetst geen fraai beeld van een inhalige Joost.
Er zijn drie grote delen in het boek. Een eerste deel over zijn jeugd in Alkmaar, een deel over zijn carrière als schrijver wanneer hij vertrekt naar Amsterdam en het derde deel over zijn liefdesleven en zelfgekozen einde. Op het einde breit ze er nog een hoofdstuk aan over Zwagermans relatie tot God.
Wat heb ik vooral onthouden:
Dat zijn poetszieke moeder ook graag Joost schoon schrobt. Hij moest een schoon jongetje zijn.
Dat zijn vader er van onder trok, maar toch terugkwam naar zijn vrouw omwille van zijn zoon Joost. En nadat zijn schoonvader hem een tirade gaf.
Dat Zwagerman vooral een goede essayist was. Daarin was hij veel groter dan als romancier.
Dat hij mooie woorden kon verzinnen zoals ‘Neusvertier’ en ‘Flower Powder’ (cocaïnegebruik)
Dat hij West-Fries was en uit een streng katholiek nest kwam. In Noord-Holland is dat niet zo evident. Ze werden de Calvinisten onder de Katholieken genoemd.
Dat hij gezien en gehoorde wilde worden en dus veel geldingsdrang had. Bovendien ook een enorme energie, hij stond altijd aan.
Dat de combinatie van spotlights opzoeken (hij presenteerde zelfs twee jaar Zomergasten) en schrijven heel moeilijk ligt voor een schrijver die rust nodig heeft. Jeroen Brouwers en A.F.Th. van der Heijden waarschuwden hem hiervoor.
Dat hij een zeer goede kunstkenner was. ” Er blijft een onderwijzer in hem schuilen. Als Joost bij de De Wereld Draait Door (DWDD) vanaf zijn 2011 zijn mini-kunstcolleges geeft, zien de kijkers die in hem opgloeien. Hij ontwikkelt zich tegen wil en dank wellicht, tot de kunstleraar van Nederland door de kijkers uit te leggen hoe ze naar bepaalde kunstwerken moeten kijken.”
Het boek is een diepgravend onderzoek geworden in al die verschillende Joosten. Er staan veel details in en ook veel onthullingen. Volgens sommigen te onthullend!
Het is interessant om inzicht te krijgen in de Amsterdamse kunstenaarswereld van de jaren tachtig en negentig, zeker als je zelf een zestiger bent. Heerlijke herkenbaarheid al die schrijvers onder elkaar, hun geruzie en het concurrentiële dat speelde en hoe een onzekere 22-jarige debutant uit de provincie hier zijn weg vindt, zich ontplooit, ruzie maakt, breekt en weerom vertrekt naar andere oorden.
Mooie woorden van vriendin Jessica Durlacher : “Hij zocht zijn kern, maar hij durfde hem niet te vinden.”
Maria Vlaar. Zwaag. De zeven levens van Joost Zwagerman. Uitgegeven bij de Arbeiderspers. 784 bladzijden. Kost 45 euro.
Laat een reactie achter