Johnnie Walker is nieuwe roman van Connie Palmen

Connie Palmen over haar vriendschap met de fles en haar afscheid van Johnnie

In haar nieuwe roman schrijft Connie Palmen over haar jeugd: hoe ze opgroeide in een dorp in het grensgebied met Duitsland, over haar vader, haar moeder en haar drie broers.

Bij Connie weet je nooit precies waar de feiten ophouden en de fictie begint. Maar boeiend is het altijd. Zelf omschrijft ze haar werk als literatuur en niet als lectuur. Het is volgens haar dan ook geen roman over drankmisbruik. “Ik heb iets veel complexers gecreëerd. Ik schrijf over de verhouding met de dood. Iedereen die verslaafd is, aan wat dan ook, weet dat hij getrouwd is met zijn moordenaar. Daar gaat het boek over.” Dat las ik in een interview met De Standaard.

Ze kan als geen ander de intieme wereld van een ander (en zichzelf) beschrijven. Hoe ze leeft volgens de code van de mannen, zoals ze zelf stelt. Het is een keuze die haar veel brengt én kost. “‘Niks You Tarzan, me Jane. Me Tarzan.”

Palmen schrijft eerlijk over haar moeder. Ze spaart haar niet, maar probeert tegelijk te laten zien waar haar verbittering vandaan komt. Als oudste meisje van een groot gezin kreeg haar moeder niet de kans om door te leren. Een deel van haar leven lijkt daardoor bepaald te zijn door gemiste kansen en onvervulde verlangens. Die frustratie sijpelt door in het gezin en heeft ook invloed op Connie. Juist daarin is Palmen sterk: ze beschrijft haar moeder niet alleen als moeder, maar ook als een vrouw die zelf ooit dromen en mogelijkheden had die haar werden afgenomen.

Wanneer je het boek opent, kom je meteen bij een prachtig motto:

“We shall not cease from exploration.
And the end of all our exploring
Will be to arrive where we started
And know the place for the first time.”

Vrij vertaald zou je kunnen zeggen:

Wij zullen blijven verkennen,
tot al ons zoeken ons terugbrengt
naar waar we ooit begonnen —
en we die plek voor het eerst echt leren kennen.

In dit hoogstpersoonlijke boek neemt Palmen ons mee naar haar verleden en ontrafelt ze haar langdurige relatie met alcohol, ‘haar liefste vijand’. Die begint in de nazomer van 1977 wanneer ze in een donker café haar eerste whisky bestelt, de favoriete drank van haar leraar, mentor én minnaar. Het is pas bij de dood van haar moeder, dat ze Johnnie vaarwel zegt.

Wat Johnnie Walker zo bijzonder maakt, is de trefzekere stijl van Palmen. Ze heeft weinig woorden nodig om ingewikkelde gevoelens en verhoudingen invoelbaar te maken. Vooral haar relaties met haar ouders en geliefden weet ze scherp en zonder omhaal te beschrijven. Juist omdat ze zich in dit boek zo persoonlijk blootgeeft, zou je verwachten dat je haar als lezer steeds beter leert kennen. Toch gebeurt het tegenovergestelde. Hoe openhartiger Palmen over zichzelf schrijft, hoe meer ze een raadsel lijkt te worden. Ze spaart zichzelf daarbij niet en kijkt soms meedogenloos naar haar eigen gedrag en tekortkomingen, maar helemaal doorgronden laat ze zich niet. Dat wordt prachtig samengevat in de slotzin, nadat haar moeder is overleden en ze afscheid heeft genomen van haar drankverslaving: “Ik ben nu op mezelf.”

Eén bemerking dan toch : Connie Palmen legt te gemakkelijk een verband legt tussen moederschap en goede literatuur: alsof je geen moeder hoeft te zijn om iets wezenlijks over het leven te kunnen schrijven.

Connie Palmen. Johnnie Walker. Uitgegven bij Prometheus. http://Uitgeverij Prometheus

Tekst : Caroline Neels.

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.




Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.