Aline is een moderne zedenschets die zich afspeelt in Oostende, een roman waarin vrouwelijke woede welig tiert, waarin de juiste woorden tussen een koppel onuitgesproken blijven, waarin buren leven met familiaal geweld, waarin een pasgeborene alle aandacht opeist en waarin een jong koppel, gekneld tussen verbouwingen en een hypotheek, de beklemming van het kerngezin voelt. Het is een scherpe vertelling die je in één ruk uitleest, niet alleen omdat ze zo goed geschreven is, maar ook omdat ze voor velen herkenbaar zal zijn: het koppel dat blijft proberen, de trefzekere beschrijving van Oostende, de typering van de middenklasse in Aline haar buurt.
Aline is een jonge vrouw en moeder. Ze zit op de sofa bij haar psycholoog en probeert te vertellen wat er op een cruciale avond is gebeurd, tijdens een ruzie met haar vriend. Al snel wordt duidelijk dat er toen iets heftigs en ingrijpends heeft plaatsgevonden, iets waar Aline vooral niet naar wil kijken. Die biecht wordt de hele roman lang uitgesteld en houdt de lezer onophoudelijk in haar greep.
“In deze buurt vol halfvervallen oude huizen waren wij de verpersoonlijking van het sociologische concept gentrificatie.” Het was een noodgedwongen verhuizing van het dure Gent naar het goedkopere Oostende.”
“Op dat moment hoorden we Gloria pruttelen, blikkerig door de goedkope babyfoon. Voor ons niet zo’n gedoe met camera’s en warmtesensoren; wij waren nadrukkelijk niet in de angstval van de babyindustrie getrapt. Als ze dood is, zijn we sowieso te laat, geloofden we. In onze scepsis jegens wat de samenleving ons aanpraat, vormden we altijd een front.”
En dan zijn er nog de buren. Een dronken overbuurvrouw die om hulp vraagt, of buurvrouw Priscilla die na zoveel huishoudelijk geweld besluit elders onderdak te gaan zoeken. Ware liefde en harmonieuze relaties, ze zijn ver te zoeken in deze grauwe straat, een soort mini-Afghanistan. Zobe noemt Priscilla haar straat, tot het afgrijzen van Aline.
” ’t is hier weer klein Afghanistan! Met een sigaret gebaarde Pris naar het kroostrijke islamitische gezin dat aan de overkant van de straat nietsvermoedend voorbij kwam wandelen. Moeder in kleurrijke hijab, vader met een baardje dat balanceerde tussen modieus en religieus, een peuter in de kinderwagen, twee meisjes, de prinsessenjurken uit glimmend polyester piepten onder hun winterjassen vandaan, een opgeschoten puberjongen in een te dunne capuchontrui, nek gekromd richting de smartphone. De ongepastheid van die opmerking voelde ik in mijn darmen.”
Tradwives passen niet in het mensbeeld van Heleen Debruyne, die al jaren nadenkt over liefde, macht, seks en relaties. Ze is een dwarsdenker die ronduit uitkomt voor haar mening en dat siert haar. Haar paradepaardje: de menselijke vrijheid wordt beperkt door het systeem waarin we leven. Heleen Debruyne is naast schrijver ook columnist voor Humo. Op Klara gaat ze in ‘De jaren’ in gesprek met een breed scala aan gasten. Ze debuteerde met de roman ‘De plantrekkers’. In 2021 verheen haar menoir ‘De huisvriend’, genomineerd voor de Boon voor literauur.
Aline van Heleen Debruyne is uitgegeven bij de Bezige Bij.
Laat een reactie achter