Met de Grieks-Romeinse oudheid in gedachte, begonnen kunstenaars tijdens de renaissance na te denken over wat mooi is en wat lelijk.
‘Bellezza e Bruttezza’ toont hoe schoonheid in de 16e eeuw een sociale obsessie werd (met vroege “recepten” voor cosmetica), terwijl lelijkheid tegelijkertijd een prominente plek kreeg in de kunst als een rauwe reflectie van de werkelijkheid.
Schoonheid daar is de mens altijd naar op zoek geweest. Het is een relatief begrip zoals de liefde dat ook is. Zowel liefde als schoonheid zijn moeilijk te definiëren. In de Renaissance komt er wel een kantelpunt. Kunstenaars als Leonardo da Vinci en Albrecht Dürer beginnen na te denken over wat ze mooi en lelijk vinden. Ze ontwikkelen een soort wetenschap van de schoonheid. De Mona Lisa is geschilderd volgens wiskundige verhoudingen die je vandaag nog steeds terugziet.
Simonetta Vespucci gebruikte de gelaatstrekken van de Florentijse edelvrouw Simonette Vespucci, die gold als een van de grote schoonheden van de renaissance, als inspiratie voor meerdere vrouwenfiguren. Ze heeft een bleke huid, hoge voorhoofdslijn en een lange nek. Ze is blond, of toch geblondeerd met de middelen die er toen voorhanden waren. Want meestal zijn Italilaanse vrouwen donker van haar. Simonetta heeft effectief ook geposeerd voor Botticelli. Maar toen ze op haar 23e stierf, werd ze wat Beatrice was voor de dichter Dante Alighieri en Laura voor Petrarca: een onbereikbare muze. Volgens de overlevering liet Botticelli zich ‘aan de voeten’ van zijn muze begraven in de Chiesa di Ognissanti.

Simonetta Vespucci), ca. 1490, © Privéverzameling.
Zo toonde men niet enkel wat schoon en lelijk was maar er werd ook een moraal aan verbonden.
Het mooie werd als goed beschouwd, hoogwaardig. Het lelijke duidde op een lagere klasse, het slechte. Voor alles wat te mijden valt.
Madeleine Gonzales was zo een voorbeeld van een te mijden meid. Door haar genetische afwijking – hypertrichose- had ze een overmatige lichaamsbeharing geërfd van haar vader Pedro. Mensen met dergelijke aandoeningen werden geassocieerd met monsters. In de schilderkunst groeiden ze uit tot archetypen.

Wien, Gemäldegalerie, inv. GG 8331 © KHM – Museumsverband.
Het is een pareltje de expo en ook de scenografie is bijzonder mooi. Curator van dienst is Chiara Rabbi-Bernard. Zij is kunsthistorica, gespecialiseerd in de Europese renaissance en studeerde aan de Sorbonne. Na Bozar zal ze de tentoonstelling brengen in de Gallerie d’Italia in Milaan.
Ga zeker kijken naar deze expo waar schoonheid en lelijkheid elkaar voorturend voor de voeten lopen.
Van 20 februari tot 14 juni 26 in Bozar.
Laat een reactie achter