Onlangs bezocht ik de expo Orientalisme in Louvre-Lens.
Orientalisme is een term die al sinds de 16e eeuw verwijst naar de studies van specialisten in oosterse talen (Arabisch, Turks, Perzisch). Vanaf de 18e eeuw ontwikkelde het oriëntalisme zich in Europa tot een literaire en artistieke stroming, die in de 19e en het begin van de 20e eeuw tot bloei kwam. Tegenwoordig roept deze term vaak een fascinatie voor het Oosten op, een hang naar exotisme die kan leiden tot een beeld vol clichés.
De tentoonstelling ‘ Par-delà les Mille et Une Nuits’ toont hoe kunstenaars uit het Westen eeuwenlang een beeld vormden van het Oosten. Tegelijk roept de expo ook vragen op. Hoe realistisch waren deze voorstellingen eigenlijk? En in welke mate waren ze gebaseerd op fantasie of stereotypes?
Voor mij maakte dat het bezoek extra interessant: het is niet alleen mooi om naar te kijken, maar zet je ook aan het denken. Er zijn bijna 300 meesterwerken te zien, daarvan zijn er 40 van nog levende kunstenaars. Het zijn die 40 die vooral voor de herinterpretaties zorgen.
Aan het begin van de 18e eeuw publiceerde of beter vertaalde Antoine Galland ‘Duizend-en-een-nacht’, een verzameling verhalen uit Indiase en Perzische tradities, die al in de 9e eeuw in het Arabisch werden overgedragen van generatie naar generatie. (Mille et Une Nuits)
Gallard is geboren in Rollot in Picardië. Hij is dus van de streek. Deze verhalen, met Scheherazade als hoofdpersoon, werden doorheen de eeuwen herschreven en hervormd. Hun succes in Europa beïnvloedde de beeldvorming van het Oosten diepgaand en onthulde zowel een verlangen naar het exotische .
Voor het eerst is een opmerkelijke collectie van de afdeling Islamitische Kunst van het Louvre, waaronder diverse iconische meesterwerken, te zien in het Louvre-Lens. Deze ongekende bruikleen wordt aangevuld met werken uit Franse en Belgische collecties.
De tentoonstelling schetst, vanuit een chronologisch en kritisch perspectief, de culturele uitwisselingen tussen Oost en West van de middeleeuwen tot heden. Van Parijs tot Isfahan, van het Alhambra tot Caïro, van Constantinopel tot Venetië en Algiers, biedt de tentoonstelling een reis door ruimte en tijd, waar objecten, verbeelding, mensen en verhalen samenkomen.
Vanaf de 8e eeuw circuleerden kostbare objecten uit het Oosten in Europa en verrijkten ze kerkelijke schatkamers en koninklijke collecties. Zo waren er tal van uitwisselingen tussen Karel de Grote en Harun al-Rashid.
Vanad de 16e eeuw, intensiveerde de handel over de Middellandse Zee de uitwisseling van goederen en vaardigheden. Er waren vele diplomatieke contacten en er was de fascinatie voor het Ottomaanse Rijk.
Het Oosten inspireerde kunstenaars, schrijvers en musici van Molière tot Rameau, net als Duizend-en-een-nacht, die in vertaling en bewerking werd verspreid. Historische en fantasierijke verhalen werden geconstrueerd rond emblematische werken zoals de doopkapel van Saint Louis.
In de 18e en 19e eeuw brachten wetenschappelijke reizen naar het Alhambra en Caïro voorheen onbekende schatten aan het licht, wat leidde tot het Alhambrisme in de muziek en kunst in de 19e eeuw.
Verzamelaars en kunsthandelaren zoals Adolphe Goupil en Alfred Delort de Gléon speelden een belangrijke rol: zij brachten zulke objecten en beelden in omloop en beïnvloedden wat kunstenaars te zien kregen. Vervolgens werden deze objecten herinterpreteerd in schilderijen (bijvoorbeeld exotische scènes, harems, interieurs) maar ook in echte interieurs (kamers ingericht in “oosterse” stijl).
Wereldtentoonstellingen populariseerden deze vaak stereotiepe beelden.
Veertig levende kunstenaars nemen deel aan deze expo. Abbas Akbari, Kader Attia, Dalila Dalléas Bouzar, Nezaket Ekici, Katia Kameli, Nicene Kossentini, Fatima Mazmouz, Sara Ouhaddou, Nazanin Pouyandeh, Zineb Sedira, Wael Shawky, Rayan Yasmineh, Nil Yalter en Amir Youssef tonen onze nieuwe interpretaties.
In de zaal waar Ingres en Matisse hangen geven twee hedendaagse schilders, de Iraanse Nazanin Pouyandeh en de Frans-Palestijnse Rayan Yasmineh, een eigen draai aan het motief van de odalisque – die wellustige vrouw die een exotisch en vertekend beeld van het Oosten belichaamt – om de clichés die met het kolonialisme worden geassocieerd, ter discussie te stellen. Dat vond ik heel sterk in deze expo.
Het erkennen dat oriëntalisme verhalen zijn. Zoals alle verhalen zijn ze doorgegeven en kunnen ze worden herschreven, aangepast, bevraagd, verrijkt, bekritiseerd en opnieuw gecreëerd. Zoals alle verhalen bevatten ze hun deel van licht en schaduw. Zoals bij alle verhalen, moet de rest van het verhaal nog geschreven worden, zoals blijkt uit de perspectieven van hedendaagse kunstenaars.





Achter de Duizend-en-Een-Nacht Verhalen van de oriëntalismen.
Van 25 maart tot 20 juli 2026.
Laat een reactie achter