Wonders are collectible

ARNY2C Stuffed animals from a collection made by Victorian taxidermist Walter Potter

Jeroen Lemaitre  is een jonge dertiger en al een paar jaar taxidermist-entomoloog, gespecialiseerd in het opzetten van dieren. Dode dieren wel te verstaan. Voor hem is het een fascinatie van toen hij klein was maar hij had er nooit iets eerder mee gedaan. Hij was redacteur bij de openbare omroep en toen zijn zoveelste tijdelijk contract niet vernieuwd werd, zat hij met de handen in haar. Toen is hij op een marktje gaan staan met een paar vlinders die hij had opgezet. Die verkocht hij meteen. En toen begon hij te studeren voor dierenpreparateur. Voornamelijk met tutorials op YouTube en later via een stageplek in Nederland, leerde hij het vak. Momenteel heeft hij een winkel in Leuven. Jeroen vindt het belangrijk dat we weten dat hij nooit dieren doodmaakt. Als iemand een opgezette struisvogel wil, dan belt hij eerst naar een struisvogelkwekerij. Pas wanneer zij een overleden dier aanbieden, gaat hij aan de slag. Het is heel erg in tegenwoordig. Er is een heuse  revival van vlinders en kevers op speldjes, opgezette kuikens en vossen. Dieren in hun taxidermische vorm duiken vandaag overal op in interieurs en ze zijn meestal heel fotogeniek. Taxidermie is een van dé interieurtrends van het moment.

Een tijdje geleden waren pauwenveren in een interieur not-done maar nu zet je liefst het hele beest te kijk. Ook al moet je het dan in de glazen ogen kijken. Musea stoffen hun taxidermie-collecties af en hedendaagse artiesten blazen nieuw leven in deze kunstvorm – denk maar aan Thomas Grünfeld of Les Deux Garçons. Nooit eerder schreven zoveel mensen zich in voor een cursus dieren opzetten. Leuvenaar Jeroen bracht een boek uit over zijn vak. Dit boek ‘Wonders are collectible’ is samen geschreven met journalist Thijs Demeulemeester.

Het boek is een  Wunderkammer op zich met de de mooiste afbeeldingen van dieren en mythes. Je vindt er de wonderbaarlijkste interieurs en de meest fantastische kunstwerken in. De ultieme schoonheid van de natuur tot stilstand gebracht en geselecteerd door Jeroen Lemaitre, taxidermist van de  Leuvense winkel Animaux Spéciaux . Het is een mooi uitgegeven salontafelboek maar je leert ook bij over de ronduit bizarre geschiedenis van de taxidermie-stiel. De plaatjes verleiden uiteraard maar het zijn vooral de verhalen in het boek die het ‘m doen : over hoe taxidermie ontstond, welke technieken er gebruikt worden, welke de belangrijkste verzamelaars waren, de bekendste opgezette dieren. Had je bijvoorbeeld al gehoord over de opgezette raaf van Charles Dickens ? Of de voorliefde van Shakespeare voor taxidermie ? Die zond Romeo altijd naar een Veronese apotheek vol opgezette dieren. De eerste taxidermisten waren vooral alchemisten. Want de kunst was mengsels te brouwen die het ontbindingsproces vertraagden.  Want je wou toch niet eindigen met een stinkende verzameling in huis.

Het meest fascinerende verhaal vond ik dat van Walter Potter. Die had een fascinatie voor dode dieren in 1835 al. Wonend op het platteland zag hij jagers hazen schieten en boeren katten verdrinken, en hij begon te experimenteren met het opzetten van vogels die hij vond in het bos of misschien zelf wel neerschoot. Op zijn 19 was hij hier inmiddels behoorlijk goed in en begon, geïnspireerd door een boek met kinderrijmpjes van zijn zus Jane, aan een groot tafereel met een verhaal: “The death & burial of cock Robin”. Daar werkte hij zeven jaren aan maar het resultaat mocht er zijn.  De vogels huilden  tranen, de dode Robin lag in  het kistje met een zichtbare schotwond,  waar hij dodelijk was getroffen, en verder waren alle figuranten uit het rijmpje aanwezig zoals spreeuw die het graf groef, de koe die de kist droeg, de uil die de menigte toe sprak. En er was het befaamde kattenhuwelijk, waarvoor hij 18 jonge katjes moest euthanaseren.

De bijna 200 pagina-dikke klepper kost  34,99 euro en is  uitgegeven door Lannoo.

Beeld :  Een typisch tafereel van Walter Potter, die met The Death and Burial of Cock Robin een kinderboek vertaalde naar een heus dierenrijk. Na zijn dood kwam de collectie in handen van zijn dochter en later van zijn kleinzoon. Kunstenaar Damien Hirst deed nog een poging om het volledig museum te kopen maar dat lukte niet. De collectie werd afgehamerd bij Bonham’s in 2003. De trouwpartij met de achttien kittens bracht zo een 23.000 Euro op. In februari dit jaar nog dook het kattenhuwelijk opnieuw op een veiling op in Chicago. Iemand telde er 100.000 Euro voor neer.

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Solve : *
32 ⁄ 8 =


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.