Op safari naar Armoeland

Op Safari naar Armoeland bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat autobiografische verhalen die de achtergrond vormen voor McGarvey’s jeugdig leven in armoede in Glasgow, het tweede deel is zijn visie op de huidige stand van het armoedebeleid.

De Schotse rapper Darren McGarvey kreeg voor zijn  ‘Poverty Safari’ de prestigieuze Britse Orwell Prize toegekend.

Het boek werd geprezen door regisseur Ken Loach, Trainspotting-schrijver Irvine Welsh en Harry Potter-auteur J.K. Rowling en dat zijn niet van de minste. Ken Loach had het over een schreeuw van woede, Irvine Welsh vond het ‘een rehab voor links’ en J.K. Rowling was fan van het eerste uur.

Het is het verhaal van Darren McGarvey (aka rapper Loki) over zijn jeugd en zijn ervaring met verslaving en armoede in de wijk Pollok in Glasgow. Hij beschrijft hoe zijn verslaafde moeder hem op jonge leeftijd bedreigde met een mes, hoe ze stierf door haar alcoholisme toen hij pas 17 was door zelfmoord te plegen.  Schrijnende toestanden, bittere ellende en veel uitzichtloosheid. Het boek leert ze ons kennen het soort buurten waar je maar al te graag je huis ontvlucht. Huizen met flinterdunne muren, waardoor je kunt horen dat je buren doorspoelen, water koken, vrijen, ruziemaken, doe-het-zelven, grasmaaien, gas geven – en dat elk uur van de dag.

Er is ook veel racisme in de wijk.  Dat racisme komt voort uit besparingen. Mensen die een uitkering krijgen, keren zich tegen anderen met een uitkering. Wie in een hoek wordt gedreven, klauwt als een kat naar een ander. Maar gelukkig zijn er ook mensen die strijden tegen dat soort racisme. En dat mag je letterlijk nemen. Darren McGarvey : ‘Als je hier tegen een racist wil ingaan, heb je wel iets meer op je bord dan een blog schrijven of hem in een tweet afkraken.” Je staat er meestal oog in oog mee op straat.”

McGarvey  spaart de kritiek op links niet.
Darren McGarvey : “Het is uiteraard niet goed om de schuld te geven aan de immigranten maar het is wel goed om te erkennen dat het immigratiebeleid enorm problematische gevolgen kan hebben in achterstandsbuurten. Als links dit zou toegeven, zou het niet vaak de kritiek krijgen dat het veel te idealistisch praat over immigratie.”

Ook de armoede-industrie klaagt hij aan. Hij schrijft ook als een ervaringsdeskundige en biedt waardevolle inzichten waarom armoede zo’n schijnbaar onhandelbaar probleem blijft. Hij heeft het over de redenen waarom zoveel initiatieven tegen armoede, zelfs de goedbedoelde, op weinig enthousiasme kunnen rekenen in de gemeenschappen waarin hij opgroeide. Zijn aanklacht tegen de ‘armoede-industrie’ zal op weinig bijval kunnen rekenen in de sociale sector. Hij rekent vrij genadeloos af met de universitair geschoolde en progressieven die het goed bedoelen uit de middenklasse, die meer tijd besteden aan het controleren van gedrag en taal van de ‘lagere klassen’, dan aan de maatschappelijke omgeving die hen beperkt in hun kansen.

Scherpe kritiek en zeker provocerend geschreven ook. Maar links is op veel terreinen actief en misschien daarom dat de arbeidersklasse zich in de steek gelaten voelt. Maar maak er geen karikaturen van als latte drinkende veganisten die enkel met transgenders en immigranten bezig zijn. Want daar speelt rechts handig op in. Dat is toch de stelling van Nigel Williams die het voorwoord schreef van dit boek.

 

Op safari naar Armoeland’, uitgeverij EPO, 22,5o euro. Met een voorwoord van Nigel Williams. Oorspronkelijke titel: ‘Poverty Safari. Understanding the anger of Britain’s underclass.’ Vertaald door Tineke Jager en Dirk Nimmegeers.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Solve : *
13 − 5 =


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.