Keire a ké were Watou

Er hing een beetje een begrafenissfeer tijdens de persconferentie, daar in het dorp aan de Schreve. Daags nadien zou duidelijk worden of Watou nog steun zou krijgen. Intussen kennen we het verdict. Dat kwam hard aan. Het gaat toch om een uniek concept en er komt toch altijd veel volk? 16.000 vorig jaar, waarvan 35 procent Nederlanders. Ik voorspel dit jaar nog meer bezoekers. Mensen zullen er nog een keer bij willen zijn, en ook omdat het weer echt goed is.  Watou 2016 staat als een huis. Er is ook veel veranderd in het dorp. Ik ben er twee jaar niet geweest en er zijn nog horecazaken bijgekomen. Het dorp lijkt nog mooier te zijn geworden. Het blijft een mooie uitstap en als je ook nog het weer mee hebt, dan is het dubbel genieten. Maar Watou moet je natuurlijk in de eerste plaats beoordelen op zijn kunst en poëzie. Daarvoor komen we.

Als je zo een eerste keer door het parcours loopt, dan kijk je vooral naar de werken. Maar misschien moet je nog een keer langs de elf locaties en wat meer op de teksten letten. Dus ben ik twee keer geweest. Misschien ook uit een soort ‘Mededogen met het Kunstenfestival’. Want dat is het thema voor 2016. De eerste keer zie je vooral het opvallende, het beeldend werk zeg maar. De tweede keer laat je de gedichten intenser op je inwerken. In het dorp van ‘Hoge gisting en kunst’ genoot ik van de teksten van Leonard Nolens, Joost Zwagerman, Christine D’haen, Lars Gustafsson, Jan Vanriet, Stefan Hertmans en mijn favoriete Poolse Wislawa Szymborska. Stefan Hertmans krijgt dit jaar een speciale plaats, hij werd 65.

Watou 16 toont wel een harde realiteit. Neem nu het werk van Roy Villevoye. Twee levensechte mannen liggen dood op de grond. Heel luguber. Zijn het aangespoelde drenkelingen? Zo lijkt het wel. Ik heb ze eerder gezien in Museum de Fundatie in Zwolle. Een vrouw dacht dat het een performance was met levende mensen die deden alsof ze dood waren. De Nederlander Villevoye laat ons ook een wassen Hitler zien. De sculptuur toont een twintig jaar jonge Hitler die na de dood van zijn moeder haveloos rondliep in Wenen, tussen de daklozen en werklozen. ‘Reset’ heet het beeld. Villevoye maakte het beeld toen hij de Hitlerbiografie van Ian Kershaw las.

Ook Rafael Gómezbarros confronteert, hij doet het met zijn mierenkolonies. De reuzenmieren – meer dan 600 –  nemen de hele kamer in en komen bedreigend over. Elke mier is gevormd door twee schedelhelften. De ene helft van de beul, de andere helft van het slachtoffer, vertelde de kunstenaar. Het geheel is doorvlochten met jasmijntakken. Het zijn takken die in Colombia gebruikt worden om lijken te bedekken. Jasmijn neemt de stank gedeeltelijk weg. Neen, vrolijk word je van zijn ‘Casa Tomado’ niet, en toch is het heel mooi werk. Naast dit werk van de Colombiaanse kunstenaar in de Douviehoeve, wordt van hem nog een tweede installatie tentoongesteld. ‘Somos humanos’, keramische stukken in de vorm van schommels. Het zijn handen die in elkaar haken. De stevige handgrepen zoals ze gebruikt worden in de hulpverlening (stretchers), staan in schril contrast met de fragiele materialen die Gómezbarros gebruikt.

In de vier kamers van de eerste verdieping van het Festivalhuis staan de beelden van Maen Florin. Haar bizarre wereld van heel sprekende koppen zien er soms onschuldig en naïef uit, maar soms ook heel misvormd, buitenproportioneel confronterend. Het werk doet denken aan dat van Paul McCarthy. Heel hard gelachen met Randall Casaers ‘Schip vol honden’. Je maakt erin kennis met de hond in jezelf. Volgens Casaer schuilt er in elk van ons een hond die maar zelden het daglicht mag zien. In het Parochiehuisje kun je in de tuin op het podium gaan liggen en luisteren naar de orginele teksten uit het boek.

Loop zeker ook de kerk binnen. Peter De Meyer hing een groot apothekerskruis aan de gevel. Binnenin is er mooi werk van Samson Kambalu. Hij heeft Malawische roots en woont in London. Op een grasveld liggen met bijbelverzen beplakte voetballen. Je wordt als bezoeker uitgenodigd ermee te spelen. ‘Holyballism’ heet het werk en het relativeert het rigide van religie.

En vergeet vooral je stempel ‘ikke’ niet te drukken op het werk ‘Ik en De Ikken’, een installatie in het Festivalhuis.

Bij Watou hoort ook een catalogus, meer dan 300 pagina’s dik. Je vindt er de gedichten in terug en de kunstenaars kregen elk ruimte om hun verhaal te vertellen. En dat zijn begrijpelijke verhalen. Hoeveel catalogi heb ik al niet gekocht waarvan ik achteraf maar weinig begreep. Zelfs hier is toegankelijkheid de norm.

Het zou erg zijn mocht Watou verdwijnen. Het is toeristisch, ja dat wel, maar dat maakt het ook fijn. Je hebt er een hapje en een tapje en wij Vlamingen hebben dat toch graag.
Maar ik zou niet elk jaar alleen voor dat hapje en dat tapje naar Watou trekken. Wél voor het Kunstenfestival dat woord en beeld zo mooi met elkaar verweeft. Dus keire a ké were Watou!

Kunstenfestival Watou nog tot 4 september. Over De Kracht van Mededogen. Alle informatie vind je op kunstenfestivalwatou.be

2 Reacties

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.